De groothandel levert aandrijftechniek, lagers en industriële componenten aan machinebouwers en onderhoudsbedrijven, met zo'n 55 medewerkers en een omzet die voor ongeveer een derde via de webshop loopt. De cijfers zaten verspreid over vier systemen: Exact Online voor de boekhouding, een branchespecifiek ERP voor orders, voorraad en inkoop, een Shopify-webshop en een Excel-bestand met prijsafspraken per klant. Elke maand exporteerde een medewerker van de financiële administratie uit alle vier, koppelde de klantnummers handmatig aan elkaar en bouwde de managementrapportage op in een Excel-sjabloon van 22 tabbladen. Dat kostte ruim drie werkdagen, en de rapportage was pas rond de tiende van de volgende maand klaar.
De problemen waren bekend maar leken onoplosbaar. De marge per klant klopte niet, omdat de inkoopprijzen in het ERP stonden en de klantkortingen in Excel, en die twee werden nooit netjes gecombineerd. Voorraadrotatie werd alleen per kwartaal berekend, waardoor traag lopende artikelen pas maanden later opvielen. Openstaande posten kwamen uit Exact, maar de verkopers keken er nooit naar omdat ze niet in het ERP stonden. En als iemand een vraag stelde over een cijfer, was het antwoord bijna altijd dat het even moest worden uitgezocht. De directie wilde geen nieuw ERP, maar wel elke ochtend de juiste cijfers zonder dat iemand ze hoefde te maken.